De kleine zwaan trekt ieder jaar vanuit Siberië naar Nederland om hier na een reis van meer dan 5.000 kilometer te overwinteren. Hun reis roept heel wat vragen op bij de wetenschappers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).
Het voedselgedrag van kleine zwanen, het foerageren, is interessant omdat ze langs de trekroute zo snel mogelijk moeten eten. Waarschijnlijk hebben ze in de loop van de evolutie de meest efficiënte manier ontwikkeld. Hoe? En zou die manier universeel kunnen zijn? Zouden andere dieren ook zo te werk gaan?
Raymond Klaassen bestudeerde hoe de kleine zwanen zich in het Lauwersmeer vol eten met hun lievelingsvoedsel: de knolletjes van fonteinkruid, een waterplant. Hoewel er boven water van de plant en zijn knolletjes in de bodem niets te zien is, zijn de zwanen enorm handig in het vinden ervan.
Hij ontdekte dat de kleine zwanen vervolgens overschakelen op resten van suikerbieten op akkers in de omgeving. Waarom doen ze dit, dat is de vraag. De akkers zijn gevaarlijker. Aan de andere kant hoeven de zwanen hier niet zo intensief te zoeken als naar de knolletjes.
De KNAW heeft samen met De Praktijk over dit onderwerp een werkstukpakket laten maken.