Janneke Gerards
Staats- en bestuursrecht
Janneke Gerards is voorzitter van De Jonge Akademie en hoogleraar staats- en bestuursrecht te Leiden
Veel mensen die rechten gaan studeren, kunnen zich nauwelijks voorstellen dat het recht iets magisch kan zijn. Ze gaan rechten studeren omdat een familielid advocaat of rechter is, omdat ze denken dat er goed brood mee valt te verdienen, of soms omdat ze niets anders wisten te bedenken. Ook wetenschappers uit andere gebieden, en eigenlijk heel veel niet-juristen, zien vaak niet wat nu precies de magie van het recht is.
Voor mijzelf is die magie gelegen in de bijzondere logica en in het systeem van het recht. Het recht vormt een rijk en complex geheel van regels, rechterlijke uitspraken, gewoonten, beginselen, gedachten en ideeën. Het is voortdurend onderhevig aan verandering, omdat het wortelt in een samenleving die voortdurend verandert – in de praktijk van alledag verschijnen steeds nieuwe problemen waarvan wordt gehoopt en verwacht dat het recht er een antwoord op kan bieden. Het recht is net een gebouw met allerlei verschillende architecturen uit allerlei verschillende perioden, waaraan steeds nieuwe delen worden toegevoegd met weer een andere vormgeving en structuur. Het is fascinerend om naar dat bizarre bouwsel te kijken, om daarin nieuwe samenhangen te ontdekken of verrassende constructies waar te nemen. Zelf vind ik het belangrijk dat het gebouw van het recht uiteindelijk logisch in elkaar steekt, dat de structuren helder en doorzichtig zijn. In mijn onderzoek probeer ik om het ingewikkelde bouwsel transparanter en beter toegankelijk te maken, om bij wijze van spreken een 'audiotour' te maken om mensen door lastige, maar boeiende stukjes heen te leiden.
Ontoegankelijke delen van het bouwwerk van het recht kom je vooral tegen bij problemen van botsende rechten en belangen. Juristen noemen dit soort problemen wel hard cases, dat zijn bijna onoplosbare, vaak moreel of ethisch getinte vraagstukken, waarvoor nauwelijks regels te stellen zijn. Een hard case is bijvoorbeeld de discussie rondom de uitlatingen van Geert Wilders over de islam. Het OM heeft nog steeds niet kunnen besluiten of een strafvervolging moet plaatsvinden naar aanleiding van de aangiften die daarover zijn gedaan, juist omdat het zo’n moeilijk geval is. In deze discussie speelt een groot aantal belangen. Sommige moslims ervaren de uitlatingen als een belediging van juist die zaken die voor hen het meest dierbaar en heilig zijn, als een rechtstreekse aantasting van hun religieuze identiteit en van hun maatschappelijke positie. Zij vinden dat de overheid hen tegen dat soort aantastingen moet beschermen. Daartegenover vindt Wilders dat hij met zijn uitlatingen een belangrijke bijdrage levert aan het maatschappelijk debat over de rol van de islam in de samenleving. Zou dat soort uitingen niet meer mogelijk zijn, dan tast dit de vrijheid van meningsuiting en debat aan – en juist dat zou knagen aan de wortels van ons rechtsstatelijk systeem. Het gebruik van de vrijheid van meningsuiting komt in deze kwestie dus in botsing met het recht op respect voor een religieuze overtuiging. Als het OM besluit om tot strafvervolging over te gaan, moet de rechter een keuze maken tussen de botsende rechten: hij moet beslissen of de uitlatingen zo beledigend zijn dat zij niet meer door de beugel kunnen. Daarbij mag hij niet zomaar een subjectieve mening geven, maar moet hij op een juridisch goed onderbouwde manier een afweging van belangen maken. We verwachten dat de rechter hiertoe in staat is, dat hij feilloos zijn weg vindt in de donkere krochten en uithoeken van het bouwwerk van het recht. Hoe moeilijk het is om die weg te vinden, zeker als er weinig juridische aanknopingspunten zijn om een dergelijke zaak te beoordelen, onderschatten we vaak.
Voor mij is het een uitdaging om te proberen de rechter bij te lichten bij zijn zoektocht naar een goede benadering van dit soort hard cases. Er is zoveel denkkracht geïnvesteerd in het opbouwen van het rechtssysteem, er is door de eeuwen heen zoveel geschreven en gedacht over dit soort kwesties, en er is elders in de wereld zoveel materiaal beschikbaar waarin aanverwante vragen zijn beantwoord, dat het mogelijk moet zijn de rechter beter zijn weg te laten vinden. Door te zoeken, te analyseren, te redeneren, en verbanden te leggen, kan het lukken om structuren te verhelderen, om aanknopingspunten te bieden voor het oplossen van juist dit soort lastige zaken. Dat is steeds weer een intrigerende, fascinerende zoektocht, die mij volledig in zijn ban kan houden. En als het lukt, als ik iets van helderheid weet te bieden, dan weet ik: een magischer vak is er niet.