Eeuwenlang werden op markten en pleinen in steden en dorpen straatliederen gezongen. Straatzangers hadden een uitgebreid repertoire aan moord- en rampliederen, vaderlandse klassiekers en sentimentele krakers. Populaire liedjes verschenen op liedbladen die op straat werden verkocht. Ze werden snel geschreven en goedkoop gedrukt: ruw papier, slechte inkt, versleten houtsneden, geen muzieknotatie.
Douwe Wouters
Het is dan ook een klein wonder dat er toch nog vele duizenden liedjes overgeleverd. Dit is vooral te danken aan twee particuliere verzamelaars: de onderwijzer Douwe Wouters (1876-1955) en de leraar Nederlands Jules Moormann (1889-1974). Zij vergaarden samen een kleine zesduizend blaadjes met straatliederen vanaf de zestiende eeuw. In totaal rond vijftienduizend liederen!
Jules Moormann
De collectie van Moormann en een deel van de collectie van Wouters zijn onderdeel van het Meertens Instituut. De Koninklijke Bibliotheek beschikt over het andere deel van de collectie van Wouters. Het gaat om vaak unieke exemplaren van weinig kostbare spullen: een erfgoed dat anders niet zou zijn overgeleverd.
De collecties bieden een schat aan informatie over allerlei onderwerpen die onze voorvaderen bezighielden. Dit kwetsbare materiaal werd in de afgelopen jaren gerestaureerd en ontsloten in de Nederlandse Liederenbank. De gezamenlijke collectie, voor een deel weer voorzien van melodieën, is ook te vinden op het Geheugen van Nederland.