In het kussen van iemand die met de gezondheid sukkelde, kon niet zelden een veren- of heksenkrans worden aangetroffen: een duidelijk teken van opzettelijke magie. Als er snel werd ingegrepen en de heksenkrans werd verbrand, kon de zieke meestal wel genezen.
Nog in 2006 konden medewerkers van het Documentatie- en Onderzoekscentrum Volksverhaal van het Meertens Instituut uit de mond van een Dalfsenaar optekenen:
“Kussens werden goed opgeschud tegen de heksenkransen. Als de veren niet goed werden schoongemaakt, bleven ze aan elkaar plakken. De veren vormden dan een krans, dat kwam door een soort bacterie. Je kon ziek worden van de verenkransen, dat werd vaak ontdekt na de dood van een kind. Later kwam men er achter dat de veren niet goed schoon waren gemaakt. Het kind had er bijvoorbeeld in geplast en kon ziek worden door bacteriën. Oude, veren bedden, werden later naar de stomerij gebracht om opnieuw gebruikt te worden. Rond 1960 vroegen de mensen nog: ‘Zijn de kussens schoon? Anders kunnen er heksenkransen in komen.’ Grootmoeders dachten vroeger dat het met heksen te maken had en dat die de kinderen ziek maakten."
Zo’n krans kan ontstaan als de binnenkant van een oud kussenovertrek gaat rafelen en zich aan de draad veren hechten. Als het kussen niet regelmatig wordt opgeschud, klitten de veren aan elkaar en vormen ze een krans.
Het DOC Volksverhaal gebruikt, als hoeder van het mondelinge erfgoed, de online Nederlandse Volksverhalenbank als modern digitaal archief en onderzoeksinstrument. De Verhalenbank bevat meer dan honderdvijftig verhalen over heksenkransen. Zo kan de variatie in deze verhalen en de verspreiding ervan worden bestudeerd.