Ben Scheres
Moleculaire genetica
Prof. B.J.G. Scheres is hoogleraar moleculaire genetica aan de Universiteit Utrecht. Scheres is lid van de KNAW.
De magie van wetenschap bestaat echt. De eerste categorie wetenschapsmagie komt voort uit de vaak verbazingwekkende constatering dat eenvoudige regels onverwacht complexe processen kunnen verklaren. Fysici kennen dit fenomeen allang en ik vind het prachtig als bioloog in een tijdperk te werken waarin ook levenswetenschappers complexe 'emergente eigenschappen' uit eenvoudige regels tevoorschijn toveren. Bijvoorbeeld de vlucht van een vogelzwerm die met enkele regels te beschrijven valt. Maar de echte, tastbare magie: dat is voor mij toch vooral dat zeldzame moment van een persoonlijk nieuw inzicht. Daar sta je dan, onder de douche, je denkt niet aan moleculaire biologie maar aan de banden van de auto die nodig vervangen moeten worden, en plotsklaps 'PAF, natuurlijk, zó zit het in elkaar!'
Onverklaarbare feiten waar je al een heel aantal keren over hebt nagedacht, verschijnen ineens in een nieuw perspectief. Waarom heb je daar niet eerder aan gedacht? Je hebt erover, eronder, en eromheen gedacht, logisch geredeneerd, gediscussieerd, maar je kwam niet uit de tredmolen. En dan ineens zomaar vanzelf: ontsnapping.
Dat proces waarin de nieuwe hypothese, het nieuwe idee, zich aan je opdringt, dat is met recht magie te noemen. Natuurlijk kan je zeggen 'mijn onderbewuste heeft op de vraag zitten broeden'. Dat lijkt mij een dooddoener omdat het nieuwe inzicht zo niet wordt verklaard. Het proces dat een oud perspectief aan de kant schuift en er een nieuw voor in de plaats stelt, blijft een diep mysterie.
Iedere wetenschapper kent het speciale gevoel van de flits van inzicht en koestert zo'n moment. Magische momenten, voor mij althans, want ik kan mij er nooit op betrappen dat het 'ik' op kundige en voortvarende wijze via inductie en deductie het juiste pad heeft gebaand. Van die formeel wetenschappelijke exercities krijg je juist het vermoeiende gevoel dat je in cirkels zit te draaien. Cirkels die wellicht nodig zijn om je ervan te overtuigen dat het door het moeizaam gebaande pad naar de verklaring, een doodlopende weg is. Doorbanjeren op hetzelfde pad tot het zo uitgesleten is dat je er genoeg van krijgt. Warming-up voor iets anders. En dan, in de douche, tijdens de wandeling met de hond of in de bioscoop, gebeurt het. Een Harry Potter-achtige WegIsWeg opent zich uit het niets en toont een nieuw vergezicht.
Dit magische proces van schepping strookt met het gangbare beeld van de wetenschapper. Wij zetten onze namen op artikelen waarin stap voor stap wordt uitgelegd hoe onontkoombaar onze conclusies zijn. Vaak vergeten we direct dat zo'n artikel eigenlijk een dood relikwie is van het actieve, meanderende, ongrijpbare creatieve proces waarin de kern van het nieuwe 'weten' wordt geboren. Mijn naam staat erboven, maar heb 'ik' het bedacht? Het is in elk geval handig om het zo te stellen. Want broodnodig om het aanzien, de impactfactor, de h-factor (die tegenwoordig bij wetenschappers het belang van de x-factor overstijgt) naar grote hoogten te stuwen. Maar is het waar?
Mijn mooiste inzichten kwamen in elk geval uit een bron die 'ik' niet begrijp. En die ik alleen maar kan koesteren als De Magische Bron Van Wetenschap. Ik heb zo'n vermoeden dat ik de enige niet ben die uit zo'n bron put. Werking: met horten en stoten en niet vooraf te voorspellen. Ongrijpbare activiteit van wie weet hoeveel miljoenen neuronen die een nieuw patroon, een nieuw concept, 'uit het niets' toveren. 'Emergente eigenschap!', hoor ik u denken, en daar zit iets in. Maar als deze magie ooit te verklaren is uit zenuwnetwerken en synapsen in het menselijk brein, dan blijft het nog altijd magie van de eerste categorie.