Het in 1867 in Den Helder opgedoken Oera Linda Boek is een van de merkwaardigste vervalsingen uit de wereldliteratuur. Het in een soort van Oudfries geschreven boek pretendeert een oergeschiedenis van het Friese volk te zijn. Een door volksmoeders geleide Friese beschaving zou de bron zijn van alle latere Europese cultuur. Het handschrift vertelt over de tragische teloorgang van deze beschaving. Tegelijkertijd is het boek echter ook een kroniek van de familie bij wie het handschrift opdook: de Helderse familie Over de Linden, 'Oera Linda' in het Oudfries. Over de Linden zei dat hij het boek van zijn grootvader had geërfd.
Jan Ottema gaf het raadselachtige handschrift in 1871 voor het eerst uit in Leeuwarden, en verzorgde ook een Nederlandse vertaling. Er is in de loop der tijd zeer veel over het boek nagedacht en gediscussieerd. Er is geen bevredigend antwoord op de vraag naar de echtheid, of naar de identiteit van de auteur. In Nazi-Duitsland stond het boek in hoog aanzien, ook in sommige moderne New Age-kringen twijfelt men niet aan de authenticiteit van het boek. Het handschrift bevindt zich in Tresoar, het Fries historisch en letterkundig centrum.
Na zijn promotie in 2004 op het boek, gaf Goffe Jensma in 2006 een kritische editie uit, met een nieuwe transcriptie, nieuwe vertaling, facsimile’s en uitgebreide kritische apparaten. Hij wilde aannemelijk maken dat het Oera Linda Boek een experimenteel-literaire tekst is, waarin de draak wordt gestoken met het toenmalige Friese nationalisme. Tegelijkertijd pleit het boek ook voor vrijzinnige modernistische opvattingen over godsdienst. Jensma meent dat dichter-predikant François HaverSchmidt (1835–1894), alias Piet Paaltjens, de schrijver van het boek is.
Mogelijk schrijver van het Oera Linda Boek: François HaverSchmidt (1835–1894), alias Piet Paaltjens